Bezig met laden.
Een moment aub.

Nieuws
Financiëel Nieuws

02 2021  •  Stelselwijziging op grond van vertrouwensbeginsel

De Belastingdienst staat vaak afwijzend tegenover een verandering van een waarderingsstelsel bij een onderneming. Zeker als door deze stelselwijziging meer verlies te verrekenen is. Heeft de fiscus de indruk gewekt dat een herwaardering van de activa naar de waarde in het economische verkeer is toegestaan? Dan kan de onderneming met een beroep op het vertrouwensbeginsel toch overgaan tot herwaardering.

Een bv waardeert haar machines, installaties en bedrijfspand tegen de historische kostprijs minus afschrijvingen. Vanaf 2015 volgt zij een nieuwe waarderingsstelsel, waarbij zij de eerdergenoemde activa herwaardeert naar de waarde in het economische verkeer. Dit leidt voor alle activa tot een hogere boekwaarde. De boekwaarde van het bedrijfspand stijgt bijvoorbeeld op 31 december 2015 met € 113.316. Deze fiscale winstverhoging geeft de bv de mogelijkheid om meer verliezen uit 2006 verrekenen. Maar de fiscus vindt deze gang van zaken onacceptabel. Het geschil belandt voor Hof Arnhem-Leeuwarden.
De inspecteur haalt een besluit van de staatssecretaris van Financiën uit 2014 erbij. De staatssecretaris behandelt onder meer stelselwijzigingen om het verdampen van eigen verliezen te voorkomen. Is zo’n stelselwijziging in overeenstemming met goed koopmansgebruik? Dan hoeft er geen probleem te zijn. Maar de ondernemer moet het stelsel bestendig toepassen. Bovendien mag geen sprake zijn van een incidenteel fiscaal voordeel. De staatssecretaris merkt daarbij nog het volgende op. Een waardering op werkelijke waarde van bijvoorbeeld de onroerende zaken is in strijd met het voorzichtigheidsbeginsel. Zo’n waardering staat eveneens op gespannen voet met het realisatiebeginsel. Deze specifieke stelselwijziging is dus volgens de fiscus in strijd met het goedkoopmansgebruik
De bv stelt dat de Belastingdienst bij haar het te honoreren vertrouwen heeft opgewekt dat haar aangifte vennootschapsbelasting juist was. Het hof vindt het aannemelijk dat in ieder geval de bv zelf geloofde dat de stelselwijziging conform goedkoopmansgebruik was. Door het overleggen van taxatierapporten had zij haar waarderingsmethode onderbouwd. Bovendien gelooft het hof dat bij de bv de indruk is ontstaan dat zij alleen nog maar de waarde van het bedrijfspand hoefde te onderbouwen. De inspecteur heeft deze indruk niet zo snel mogelijk weggenomen. Daarom honoreert het hof het beroep van de bv op het vertrouwensbeginsel. Aan de vraag of de stelselwijziging conform het goedkoopmansgebruik is, komt het hof niet meer toe.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 02-02-2020 (gepubl. 12-02-2021

Waardevermindering landbouwgronden verrekenen met subsidie De subsidie functieverandering volgens de Subsidieverordening kwaliteitsimpuls natuur en landschap 2010 van de provincie Friesland is bedoeld als compensatie voo... lees meer
Geen geruisloze inbreng voor verhuurder onderneming Om een onderneming geruisloos in een bv in te kunnen brengen moet de ondernemer verbonden zijn voor verbintenissen betreffende zijn onderneming. Bij ver... lees meer
Geen teruggaaf dividendbelasting voor ‘doorgeefluik’ De oprichter van een lichaam kan over het vermogen van dat lichaam beschikken alsof het zijn eigen vermogen is. In zo’n situatie kan fiscus de opbrengsten ove... lees meer
Bewijs gepinde gift met verklaring en bankafschrift Wil een donateur bewijzen dat zij voor 1 januari 2021 per pinbetaling een gift hebben gedaan? Dan is het raadzaam om naast een verklaring van de algemeen nut... lees meer
archief